hormonen_breda
Foto van Sanne van Bavel

Sanne van Bavel

Koolhydraten – die wil je hebben

Als je mijn vorige blogs hebt gelezen, dan weet je nu dat alle voeding die je tot je neemt bestaat uit 3 grote onderdelen (macronutriënten): vetten, eiwitten en koolhydraten. En allemaal zijn ze belangrijk voor een gezonde hormoonbalans, maar welke soort je daarvan dan weer neemt, dat maakt het verschil. Vetten en eiwitten zijn al aan de orde gekomen, dus in deze blog: koolhydraten. Want de term ken je waarschijnlijk wel. Maar wat zijn het nou eigenlijk?

 

Nou ja, heel simpel eigenlijk: suikers! Althans, daar is nog wel een onderscheid in te maken, maar in de basis zijn koolhydraten een energiebron voor het lichaam: in de spijsvertering worden ze omgezet naar glucose, die meteen energie kan leveren aan de lichaamscellen, of kan worden opgeslagen als glycogeen (in lever en spieren) of, bij een overschot, als vet. Zodat het lichaam een energievoorraad heeft voor als het nodig is. In de prehistorie kon dat nog al eens het geval zijn, maar over het algemeen is dat niet zo heel veel vaak meer in onze westerse samenleving, waar je op elke straathoek wat te eten kan halen…

 

Hoeveel koolhydraten je nodig hebt, is afhankelijk van of je man of vrouw bent, je genen, je darmflora en of je veel sport of niet. ‘Snelle’ suikers die je veel vindt in bewerkte producten, maar ook een schepje suiker in je koffie, of een ‘dextrootje’, bestaan voornamelijk uit veel calorieën die geen voedingswaarde hebben. Je krijgt er wel een snelle en hoge energiepiek van, maar dit euforische gevoel wordt daarna vaak gevolgd door een flinke dip in humeur en een gevoel van futloosheid: jouw lichaam moet aan de slag om je bloedsuiker weer omlaag te krijgen na zo’n suikermoment en dat kan dat gevoel veroorzaken. Waardoor je weer geneigd bent om wat zoets te pakken… enzovoort, enzovoort. En let op, deze ‘snelle’ suikers komen ook voor in witte rijst, witte pasta en witte boterhammen. Al is wat je ernaast eet (bijvoorbeeld veel vezels en een beetje gezond vet), wel van invloed op de mate waarin je bloedsuikerspiegel wordt verstoord.

 

Een complexere vorm van koolhydraten zijn de ‘trage’ varianten: deze bevatten meer vezels, waardoor de bloedsuiker langzaam stijgt. Daarnaast doe je je darmen er een groot plezier mee: vezels zijn de voeding voor je microbioom (bacteriën in je darmen die je voedsel verteren) en zorgen voor een vlotte stoelgang, zodat je minder last krijgt van obstipatie. Je vindt deze trage koolhydraten bijvoorbeeld in (zoete) aardappelen, bruine bonen, desembrood, fruit, pastinaak, pompoen, wortelen, knolselderij, koolraap, zilvervliesrijst, quinoa en havermout.

 

Vergeet vooral niet dat je lichaamscellen, en zeker je hersenen, koolhydraten nodig hebben om goed te kunnen functioneren. Daarom eet je liever wel koolhydraten. Maar te veel en te snelle koolhydraten is geen goed idee! Wil je meer weten over welke producten je beter wel of niet kan eten, of hoe je ze kan combineren, neem dan gerust contact met me op!

Deel deze blog

Scroll naar boven